Dennis over hout

Een oude Griekse Notenhoutjager, die zijn gehele leven had doorgebracht met het zoeken en opkopen van fraaie Notenstammen, beschreef het mij, kort voor zijn dood, als volgt “Ik begon met uit te zien naar uiterlijk fraaie stammen met grote kruinen, zoals men die o.m. op de tabaksplantages van de Balkan dikwijls aantreft. Het bleek echter, dat deze, wat de tekening en de aderen van het hout betreft, niet veel waard zijn. Ook zijn de bomen in de bossen van de groot-grondbezitters, waar ze weinig te verduren krijgen, niet veel waard. Wel bemerkt men, dat de bodem een grote rol speelt. Hoe ertsrijker de bodem, hoe meer ijzerhoudend het bodemwater is, hoe fraaier de tekening in het hout, mits.., en dit is het voornaamste, men tevens er op uit is bomen te kiezen, die het in hun leven hard te verduren hebben. Dus trok ik naar de streken, waar het des winters kouder is, dus streken met uitgesproken lage temperaturen. Ik zocht naar bomen, die van de wind en de storm te lijden hadden, Natuurlijk zijn dergelijke exemplaren wat krom en knoestig, doch wat de kleur en tekening van het hout betreft, zijn ze tienmaal fraaier dan die van onder gunstige omstandigheden levende bomen.”

 

(W. Boerhave Beekman, Hout in alle tijden, 1952)